CO₂-claims over livestreaming: wat kun je vanaf 2026 nog beweren?
Livestreaming en hybride events verlagen CO₂-uitstoot vooral doordat deelnemers niet reizen, niet doordat digitale productie "groen" is. Vanaf 27 september 2026 moet je dat verschil ook kunnen bewijzen.
Wie vandaag "duurzaam" of "CO₂-neutraal" op een offerte zet zonder onderbouwing, neemt een risico dat groter wordt. Directive (EU) 2024/825 is vanaf die datum van toepassing in de hele Unie en stelt strengere eisen aan milieuclaims: ze moeten controleerbaar, specifiek en onderbouwd zijn, niet vaag of gebaseerd op aannames die niemand kan natrekken [1]. De Belgische FOD Economie waarschuwt al langer dat claims misleidend zijn zodra ze fout, overdreven of niet verifieerbaar zijn [2]. Voor communicatieverantwoordelijken en eventmanagers die livestreaming overwegen om reiskosten of voetafdruk te verlagen, is dit het moment om te weten wat je precies kunt claimen, en wat niet.
Wat verandert er met de nieuwe EU-regels vanaf 2026?
De belangrijkste verandering is dat generieke milieuclaims zoals "groen", "milieuvriendelijk" of "duurzaam" niet langer volstaan zonder harde onderbouwing. Directive (EU) 2024/825 verbiedt dat soort ongefundeerde claims vanaf 27 september 2026, en verplicht organisaties om aan te tonen op welke data, methode en scope een claim precies berust [1].
Concreet betekent dit voor elke organisatie die communiceert over de klimaatimpact van een evenement:
Een claim moet gekoppeld zijn aan een meetbare, herleidbare berekening, niet aan een gevoel of intentie.
Je moet expliciet maken of een claim slaat op het volledige event, enkel op de reiscomponent, of op een specifiek onderdeel van de productie.
Absolute termen als "CO₂-neutraal" of "klimaatpositief" zijn alleen houdbaar met een transparante, controleerbare methodologie erachter.
De FOD Economie kan een claim als misleidend beschouwen wanneer ze overdreven, onvolledig of niet natrekbaar is [2].
Wij zien deze verschuiving als een goede zaak. In onze gesprekken met communicatiediensten en eventteams bij internationale organisaties, NGO's en overheidsinstellingen komt de vraag naar klimaatimpact steeds vaker terug, meestal omdat een ESG-rapportering, een subsidiedossier of een interne duurzaamheidsdoelstelling om cijfers vraagt. Een slogan volstaat dan niet meer. Precies daarom bouwen we onze eigen communicatie over klimaatimpact op rond concrete berekeningen in plaats van kwalificaties, iets wat we toelichten op onze pagina over klimaatimpact van digitale eventoplossingen.
Waar zit de CO₂-winst van livestreaming precies?
De CO₂-winst van livestreaming zit vrijwel volledig in vermeden reisbewegingen, niet in de digitale productie zelf. Wanneer deelnemers, sprekers of stakeholders niet naar een locatie hoeven te reizen, valt de grootste uitstootbron van een fysiek event weg: transport, en bij internationale events vaak vliegverkeer of lange autoritten.
Dat effect verschilt sterk per formaat:
Livestreaming op locatie: de fysieke productie en een deel van het publiek blijven aanwezig, maar een groot deel van de externe deelnemers en soms sprekers hoeft niet te reizen. Dit passen we regelmatig toe bij professionele livestreaming voor corporate events en conferenties, waar internationale sprekers via een feed inbellen in plaats van te vliegen.
Webinars: volledig digitaal, dus zonder eventreis voor het publiek. Hier is de vermeden reisuitstoot doorgaans het grootst, omdat er geen fysieke locatie of verplaatsing bestaat.
Hybride events: een deel van de doelgroep is fysiek aanwezig, een deel volgt online. De totale reisvraag daalt naar verhouding van de groep die thuis of op kantoor blijft.
Bij internationale of trans-Atlantische bijeenkomsten, zoals we die vaak organiseren tussen Brussel en Washington DC voor NAVO-gerelateerde partners, defensieorganisaties en publieke instellingen, is dit effect het grootst. Eén Amerikaanse spreker die niet naar Brussel hoeft te vliegen voor een panel van twintig minuten, weegt in de reiscomponent zwaarder door dan honderd lokale deelnemers die met de auto zouden komen. Dat is precies het soort variabele die je in kaart moet brengen vóór je een claim maakt, niet erna.
Wat 2 Stream wél en niet claimt, en waarom dat onderscheid telt
2 Stream claimt niet dat livestreaming "CO₂-vrij" is, en evenmin dat elke livestream automatisch een kleinere voetafdruk heeft dan elk fysiek event. Wat we wel claimen: vermeden reisemissies en de resterende uitstoot van de digitale productie zijn twee gescheiden grootheden, en alleen door ze apart te berekenen krijg je een claim die standhoudt onder de nieuwe EU-regels.
Digitale productie is niet emissievrij. Camera's, encodeapparatuur, streamingservers, datacenters, netwerkinfrastructuur en de eindapparaten van kijkers verbruiken energie. Bij een hybride event komt daar nog de energie van de fysieke locatie bovenop: verlichting, klimaatregeling, geluidsinstallatie. Wie beweert dat een livestream "geen impact" heeft, negeert deze kant van de vergelijking, en dat is precies het soort claim dat vanaf september 2026 niet meer standhoudt onder Directive (EU) 2024/825 [1].
Het verschil tussen beide grootheden:
Vermeden uitstoot = de emissies die niet plaatsvinden omdat deelnemers niet fysiek reizen. Dit hangt af van aantal deelnemers, afstand, vervoersmodus en aantal overnachtingen dat wegvalt.
Resterende uitstoot = de emissies die de digitale productie zelf wél veroorzaakt: apparatuur op locatie, netwerkverbindingen, dataverwerking en energieverbruik bij de kijker.
Alleen het saldo van deze twee geeft een eerlijk beeld. In onze eigen rapportages aan klanten, onder meer via het overzicht op de klimaatimpact-pagina, splitsen we die twee componenten daarom altijd apart uit in plaats van ze te versmelten tot één marketingcijfer.
Een transparante rekenvoorbeeld: hoe je vermeden reisuitstoot berekent
Om te tonen hoe zo'n berekening in elkaar zit, een illustratief voorbeeld met aannames die je zelf kunt aanpassen aan je eigen event. Stel: een internationale conferentie met 150 deelnemers, waarvan 40 normaal gesproken per vliegtuig zouden komen (gemiddeld 800 km enkele reis) en 60 met de auto (gemiddeld 150 km enkele reis). De overige 50 zijn lokaal en zouden sowieso weinig uitstoot genereren.
Als deze 100 reizigers via een hybride opzet online deelnemen in plaats van fysiek te reizen, val je terug op de vermeden afstand vermenigvuldigd met een erkende emissiefactor per vervoersmodus en per kilometer. Dat soort berekening vraagt:
Een gevalideerde emissiefactor per transportmodus (vlucht, auto, trein), bij voorkeur uit een erkende nationale of Europese bron.
De daadwerkelijke of realistische reisafstand per deelnemersgroep, niet een geschatte gemiddelde.
Het aantal deelnemers dat effectief van reis afziet, niet het totaal aantal ingeschrevenen.
De heenreis én terugreis, plus eventuele overnachtingen indien van toepassing.
Vervolgens trek je hier de energie-uitstoot van de digitale productie van af: stroomverbruik van de streaming-apparatuur, de venue indien hybride, en een inschatting van het datacenter- en netwerkverbruik voor de duur van de uitzending. Het resultaat is een netto-cijfer met een duidelijke scope, in plaats van een rond getal zonder bron. Wanneer we voor klanten spreken over besparingen, zoals eerder toegelicht in ons artikel over webinars en streaming als antwoord op mobiliteit en ecologie, is dit exact het type berekening dat achter de cijfers zit: scenario-specifiek, herleidbaar, en nooit gepresenteerd als een universele waarheid voor elk event.
Kies hybride of livestreaming als reisreductie de doelstelling is
Kies voor een livestream- of hybride format wanneer reisvermijding een reëel en meetbaar aandeel van je doelstelling is, niet wanneer je enkel een "groen" label zoekt zonder onderliggende cijfers.
Kies hiervoor als:
Een substantieel deel van je sprekers of deelnemers internationaal moet reizen (intercontinentaal, of over grote afstanden binnen Europa).
Je organisatie moet rapporteren over klimaatimpact in een ESG- of duurzaamheidsverslag en nood heeft aan verifieerbare cijfers.
Je doelgroep groter is dan wat een fysieke locatie praktisch kan huisvesten, waardoor extra reizen worden vermeden in plaats van enkel verplaatst.
Je een terugkerend evenement organiseert waarbij je de vermeden uitstoot jaar na jaar wilt kunnen vergelijken.
Sla dit over, of wees voorzichtig met de claim, als:
Vrijwel alle deelnemers sowieso lokaal zijn en weinig tot geen reisafstand zouden afleggen.
Je enkel de livestream toevoegt zonder de fysieke component te verkleinen, waardoor je totale uitstoot net stijgt in plaats van daalt.
Je geen zicht hebt op het effectieve deelnemersprofiel en dus geen realistische inschatting kunt maken van vermeden kilometers.
Je van plan bent de claim te formuleren als absolute uitspraak ("CO₂-neutraal") zonder onderliggende methodologie te publiceren.
Voor complexe internationale of hybride formats, zoals we die opzetten volgens de aanpak uit onze praktische gids voor hybride eventproductie bij internationale organisaties, begint dit altijd met een goed beeld van wie er anders zou gereisd hebben, en hoever.
Wat dit betekent voor jouw volgende event
Roep je evenement niet zomaar "duurzaam" uit: reken uit wat er verandert wanneer deelnemers online blijven in plaats van te reizen, en communiceer dat verschil, niet een label. Vanaf 27 september 2026 is dat niet langer een kwestie van goede wil, maar van wettelijke onderbouwing volgens Directive (EU) 2024/825 [1]. Voor jou als eventmanager of communicatieverantwoordelijke betekent dit dat je bij elke klimaatclaim moet kunnen aantonen welke data, welke aannames en welke scope erachter zitten. Wil je weten wat dat voor jouw volgend internationaal of hybride event betekent in concrete cijfers? Neem contact op via onze contactpagina in Zaventem voor een gesprek over hoe we de vermeden reisuitstoot en de resterende productie-impact van jouw event transparant in kaart brengen.
Veelgestelde vragen
Is livestreaming altijd beter voor het klimaat dan een fysiek event?
Nee, dat hangt af van het deelnemersprofiel. Als de meeste deelnemers toch al lokaal zijn en weinig zouden reizen, is de vermeden uitstoot klein, terwijl de digitale productie nog steeds energie verbruikt. Livestreaming levert de grootste winst op wanneer een aanzienlijk deel van de deelnemers anders internationaal of over lange afstanden had moeten reizen.
Wat is het verschil tussen vermeden uitstoot en de totale voetafdruk van een event?
Vermeden uitstoot is de emissie die wegvalt doordat deelnemers niet fysiek reizen. De totale voetafdruk omvat ook de resterende uitstoot van de digitale productie: apparatuur, netwerk, datacenters en energieverbruik bij de kijker. Beide moeten apart berekend en gerapporteerd worden voor een eerlijke claim.
Welke regels gelden er vanaf 2026 voor milieuclaims over evenementen?
Vanaf 27 september 2026 is Directive (EU) 2024/825 van toepassing in de hele EU en verbiedt deze generieke, niet-onderbouwde milieuclaims zoals "groen" of "duurzaam" zonder verifieerbare data. Organisaties moeten kunnen aantonen op welke methode, aannames en scope een claim gebaseerd is.
Kan een greenwashing-claim juridische gevolgen hebben in België?
Ja, de Belgische FOD Economie beschouwt milieuclaims als misleidend wanneer ze fout, overdreven of niet controleerbaar zijn, wat onder de wetgeving rond oneerlijke handelspraktijken kan vallen. Dit risico neemt toe naarmate de EU-regels vanaf 2026 strenger worden toegepast.
Hoe berekent 2 Stream de CO₂-impact van een hybride event?
We splitsen de berekening in twee delen: de vermeden reisuitstoot op basis van deelnemersaantal, afstand en vervoersmodus, en de resterende uitstoot van de digitale productie zelf. Dat resultaat is altijd scenario-specifiek en gekoppeld aan de concrete opzet van het event, niet aan een vast percentage voor elk evenement.
Sources
Europese Unie, 2024, Directive (EU) 2024/825 (EUR-Lex) — toepassingsdatum 27 september 2026 en strengere regels rond milieuclaims.
FOD Economie, 2026, Greenwashing: zo herken je het — Belgische uitleg over misleidende en niet-verifieerbare groene claims.




Opmerkingen